



Marianne Preijde (3 september 1952) komt uit Nijmegen. Gaat in deze stad naar de MMS, volgt daarna de Sociale Academie en studeert af op Kunstzinnige Vorming (1976). Van 1995 tot 1998 studeert Marianne aan de Academie voor Beeldende Kunst in Tilburg. Sinds 1998 werkt ze als kunstenaar. Marco Buijs (14 oktober 1952) is geboren in Zaandam. Hij behaalt zijn HBS-diploma in 1971 en na de dienstplicht gaat hij Medicijnen studeren aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen. Zijn doctoraal haalt hij in 1980 en hij sluit zijn studie tot huisarts af in 1984. Op 1 April 1985 begint Marco officieel als huisarts in de maatschap Verweij-Jenniskens. Marianne en Marco zijn in 1979 getrouwd en hebben vier kinderen: Marc (1980), Myrte (1981), Bastiaan (1984) en Jasmijn (1987).
MariAnne
Mijn eerste kennismaking met Oss was de Osse Revue. Mijn moeder zong vroeger in de Osse Revue van Bertus van Schijndel, dus als meisje zat ik tien avonden in de zaal. Daarna heb ik als achttienjarige nog als testassistente voor school- en beroepskeuze in Oss gewerkt. Ik nam testen af bij leerlingen van klas zes van de lagere school. Zo leerde ik mijn goeie vriendin Hetty Straus kennen. Ik heb in die tijd ook vakantiewerk gedaan bij Wehberg. Maar Oss was niet de stad waar ik wilde gaan wonen.
Marco
Toen ik nog studeerde in Nijmegen, was er een groot overschot aan huisartsen. In Limburg, in Roggel, was een praktijk vacant en ik was daar al aangenomen, toen Silvester Jenniskens – een jaargenoot – mij vertelde dat Pitt Verweij ziek was en ze iemand zochten om waar te nemen. Ik heb toen met Pitt en Ton Jenniskens gesproken en ik heb daarna Roggel afgezegd. Wij vonden allebei dat Oss met De Lievekamp toch wat meer stadse allure had dan Roggel.
MariAnne
Al was-ie naar Timboektoe gegaan, ik was altijd meegegaan. Ik was blij dat Marco een plek had en we hadden al drie kinderen. Eigenlijk onverantwoord als je nog geen baan hebt.
Marco
Ik viel in Oss met m’n neus in de boter, want het was een goed lopende praktijk. Ik had me ingekocht en moest daarom goodwill betalen, dus het geld konden we goed gebruiken. Wat me toen enorm opviel was dat iedereen me aansprak met ‘meneer d’n dokter’. Dat was ik niet gewend. Als dokter stond je in een hoog aanzien. Dat is nu duidelijk anders aan het worden, vooral bij de jongeren. Die vorm van gelijkheid vind ik een uitermate prettige verandering. Oss was nog een industriestad toen ik hier begon. Zwanenberg draaide volop, je had de blikfabriek van Tomassen & Drijver, ik was zelf bedrijfsarts bij Desso. Dat is allemaal voorbij. En nu krijgen we hetzelfde met Organon. Oss is veel meer een dienstenstad geworden. Ik heb er geen waardeoordeel over. Ik weet niet of ik dit wel prettiger vind, maar het is wel goed voor de uitstraling van de stad.
MariAnne
Ikzelf heb nooit zoveel voeling gehad met Oss. Ik heb de eerste twaalf jaar de administratie van de praktijk gedaan en dat was ook heel normaal: dat hoorde bij mijn bestaan, omdat het onze praktijk was. Ik ben een echte huismus. Ik heb een aantal goede vrienden en m’n huishouden en dat heeft me – naast mijn kunstenaarschap – genoeg invulling gegeven. Mijn kinderen zeggen: mam, je wil hier niet dood gaan. Maar nu Oss met K26 aan mijn beroepsgroep de gelegenheid geeft om zich te laten zien, is het wel prettiger om hier te blijven. We hebben met K26 een podium gekregen voor beeldende kunst. Het is een grote aanwinst voor Oss; het maakt de stad volwaardig, want kunst geeft input aan een stad. Niet alleen omdat je ervan kunt genieten, maar ook omdat je ervan kunt leren. Kunst kan door de grote creativiteit ook bijdragen tot het vinden van oplossingen bij bedrijfsproblemen.
Marco
Het prettige van Oss is dat het veel groen kent. De oude wijken, zoals de Zeeheldenwijk, zijn door de jaren heen op de schop genomen. Je kent ze bijna niet meer terug.
MariAnne
De Schaepmanlaan ziet er super uit. Dat was daarvoor een troosteloze straat. Dat is een grote verbetering, maar er is in Oss ook veel gesloopt. Ik mis daarom de geschiedenis. Het oude stadhuis, het postkantoor, enzovoort enzovoort: het is allemaal weggehaald. Het was wel voor onze tijd, maar het is wel jammer.
Marco
Ik dacht vroeger: later ga ik weer elders wonen, maar ik word ook ouder en ik ken hier veel mensen. Ik denk nu: ik hoef hier niet meer weg, omdat ik hier prettig woon. Oss is ook een beetje onze stad geworden. We zijn hier gesetteld.