2.jpg14.jpg2.jpg

Teeffelen

Teeffelen ligt als enige kleine kern van de gemeente Lith niet aan de Maas. Het heeft een zeer oude bewoningsgeschiedenis. Op diverse percelen zijn hier inheemse en Romeinse archeologische vondsten gedaan, daterend vanaf 700 voor Christus. Rond het jaar 800 bestond de gemeenschap uit 390 inwoners en 44 huizen. De Noormannen hebben hier veel schade aangericht: de kerk en de twee kastelen (motten) werden verwoest. Tot in de twintigste eeuw werd in sommige gezinnen hier nog gebeden: " Van de Noormannen verlos ons heer".

Teeffelen viel onder het Graafschap Megen. Het maakte geen deel uit van de Meijerij van 's-Hertogenbosch. De graaf oefende het opperste gezag over de Heerlijkheid van Teeffelen uit. Zodoende is hier altijd vrijheid van godsdienst geweest. Na de Napoleontische tijd werden de dorpen Oijen en Teeffelen samengevoegd tot één gemeente.

Aan de Maaskant hebben door de eeuwen heen veel dijkdoorbraken plaats gevonden. Zelfs de St. Elisabethsvloed van 1421 zorgde hier voor ellende. De kerk alsmede het klooster voor adellijke dames werden een prooi van het water. De zusters verlieten het klooster en in plaats van de verwoeste kerk werd de St. Antoniuskapel als parochiekerk in gebruik genomen. Deze werd toegewijd aan de H. Benedictus-abt.
Naast de ellende van dijkdoorbraken was er de jaarlijkse overstroming (soms vaker) van het poldergebied door de Beerse Maas. Om dijkdoorbraken in die sterk meanderende Maas te voorkomen was bij het dorpje Beers een overlaat gemaakt zo, dat, wanneer het Maaswater boven een bepaald peil was uitgestegen en de watercapaciteit te groot was om deze normaal af te voeren, deze Beerse overlaat in werking werd gezet. Het water stroomde dan de 'groene' rivier in om het hele poldergebied van noordoost Brabant onder water te zetten om ten westen van 's-Hertogenbosch weer terug in de Maas te stromen. Pas de kanalisatie in de dertiger jaren van de vorige eeuw maakte hier een einde aan en deze Beerse overlaat werd in 1942 gedicht.