9.jpg6.jpg5.jpg

Lithoijen

Het hele gebied rondom Lithoijen wordt voor het eerst in de geschiedenis genoemd in het jaar 922, wanneer dit gebied wordt teruggeven aan Giselbert, hertog van Lotharingen. Giselbert trouwde met Gerberga, een dochter van de Duitse keizer en als huwelijksgift ontving zij van haar echtgenoot het voormalige koningsgoed Meerssen (bij Maastricht), waartoe toen ook Lithoijen behoorde. In het jaar 968 schonk de inmiddels koningin-weduwe geworden Gerberga een deel van haar domein Litta (het later genoemde Litta minor, het Lith richting Oijen = Lithoijen) aan de Benediktijnerabdij van Reims. Het centrum van Lithoijen was toen gelegen in ‘Het Groenewoud’ met hier middenin een perceel dat nu nog de naam ‘Het Hof’ draagt en waar veel merovingisch materiaal gevonden is. Het is een officiele archeologische vindplaats. In de directe omgeving stond ook de eerste R.K. kerk van Lithoijen, ongeveer op de plek waar nu het notenboomgaardje aan de dijk ligt. Het dorp bleek erg in trek bij de hoge heren, want er is in de loop der daaropvolgende eeuwen meerdere malen om gevochten. Zou dat komen, omdat er rond 1300 in Lithoijen al varkensfokkerijen waren?

Tijdens de tachtigjarige oorlog wilde de abdij van Reims echter af van haar verafgelegen bezit en verkocht dit aan de Maastrichtse koopman Jan Dadenberg. Het begevingsrecht van de kerk van Lithoijen werd in 1612 geschonken aan de prelaat van de abdij van Berne en diens opvolgers, die een deel van de vroegere goederen en tienden via bevriende relaties weer terugkochten. Ondertussen was ook in Lithoijen de uitoefening van de Rooms Katholieke godsdienst verboden en was het Romaanse kerkje door de Protestanten geconfisceerd.

Lithoijen bouwde een schuurkerk buiten de grenzen van het dorp op de plek, waar nu het kerkhof ligt. Na de komst van Napoleon kregen de katholieken hun Romaanse kerkje terug, doch dat was inmiddels veel te klein geworden en werd rond 1860 afgebroken. In 1843 was een nieuwe Waterstaatskerk gebouwd, die alweer in 1901 vevangen werd door een neogotische. Inmiddels is deze laatste kerk tot Rijksmonument verheven.

Aan het Prelaat v.d. Bergplein (gemeentelijk beschermd dorpsgezicht) staat het voormalige gemeentehuis van Lithoijen (Rijksmonument). Tot 1939 werd van hieruit de zelfstandige gemeente Lithoijen bestuurd toen deze opging in de gemeente Lith.

De oudste schriftelijke bron waarin de naam van één der Lithse kerkdorpen voorkomt, dateert van ± 990. Het is een oorkonde van Hugo Capet, koning van Frankrijk. Deze bevestigt, dat de rechten, door zijn voorgangers aan de Remigiusabdij te Reims verleend, ook zullen gelden voor de villae of landgoederen van de abdij, dus onder andere voor het Limburgse Meerssen en Litta. "Litta" betekent hier Lithoijen, het kerkdorp waarvan Remigius de beschermheilige werd.

Tegenover de kerk staat het voormalige St. Norbertsgesticht (gemeentelijk monument), gebouwd in 1884 en gefinancierd door de in Lithoijen geboren W.P. van Lent, later pastoor van Nuenen. De zusters van de congregatie van J.M.J. hebben daar tussen 1890 en 1949 een kostschool voor meisjes gerund, die hier lager onderwijs ontvingen. Tevens verzorgden deze religieuzen enkele zieken/bejaarden en gaven zij ook aan de meisjes van Lithoijen R.K. lager onderwijs. Tot 1960 werd het gebouw bewoond als klooster ‘Jerusalem’ door de zusters Penitenten; van 1960-1972 maakten hier de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken hun T.L.-buizen en vanaf die tijd was het in particulere handen als woning met winkel.

Op het grondgebied van de voormalige gemeente Lithoijen bevindt zich ook het sluis- en stuwcomplex (Rijksmonument) dat werd aangelegd in de jaren 1932-1936 als werkverschaffingsproject. Het uiteindelijke doel was om de Maas te reguleren, zodat het hele jaar rond de scheepvaart gebruik kon maken van deze regenrivier en er tevens een einde gemaakt kon worden aan de jaarlijks terugkerende overlast van de Beerse Maas. Die Beerse Maas was een kunstmatige rivier, die bij hoge waterstanden in werking trad door nabij het dorp Beers bij Cuijk de overlaat (een laag gelegen stuk dijk) te openen. Het water liep dan de polders van de Maaskant in en kwam achter ‘s-Hertogenbosch weer terug in de Maas. Eeuwenlang heeft deze overlast geduurd totdat de gehele rivier gekanaliseerd was en in 1942 de overlaat werd gedicht.

Omdat naast de scheepvaart ook de recreatievaart op de Maas flink was toegenomen werd in 2002 een nieuwe sluis in gebruik genomen (gelegen tussen de sluis en de stuw). Het complex heet nu de Maxima-sluizen.